



|
 |
In 1965 ben ik op een zondag in Breda
geboren. Mijn leven verliep zoals dat bij zondagskinderen vaak gaat: ik
had een fijne jeugd, was een vrolijk kind, genoot van alle leuke dingen
en vooral van die keren dat ik buitengewoon veel geluk had. Dit was
bijvoorbeeld het geval toen ik als achtjarig meisje de hoofdprijs won
bij een kleurwedstrijd van de plaatselijke drogist. De hoofdprijs betrof
een spiksplinternieuwe fiets. Ik was apetrots.
Toen ik 33 jaar was, won ik opnieuw ‘de hoofdprijs’. Maar met deze prijs
was ik aanzienlijk minder blij: in 1998 werd mijn jarenlange angstige
vermoeden dat ik MS had, definitief bevestigd. Mijn (relatief)
ongecompliceerde leven nam een ingrijpende wending en luidde een periode
in van verlies en afscheid nemen. Een periode waarin ik moest leren om
los te laten. Een periode waarin duidelijk werd dat ik mijn werk als
hulpverlener niet langer kon combineren met het feit dat ik hulpvrager
was geworden. Een periode die in het teken stond van een intensieve
zoektocht naar een nieuw evenwicht. Schrijven bleek mij daarbij goed het
helpen.
Toen ik 45 jaar werd, wist ik dat ik door de MS heel veel was kwijt
geraakt. Maar wist ik ook dat dit niet alleen maar verlies betekende. In
2010 werd duidelijk dat mijn geschreven materiaal (gebundeld) uitgegeven
zou worden in een boek met de titel ‘Zonnige schaduw’. Natuurlijk had ik
de MS liever niet gehad maar het leven met deze ziekte heeft mijn leven
wel verdiept. Ik heb ervaren dat verlies ook ‘verrijken’ kan beteken en
dan vooral in immateriële zin. Ik heb geleerd dat geluk hem vaak in heel
kleine dingen en bijzondere momenten zit; zoals bijvoorbeeld een
onverwachte ontmoeting met een nieuwsgierig veulentje…

|
|
|